Zoeken

Uitspraak RvS: bedrijfsbrandweeraanwijzing VGI's

Gepubliceerd op 7 december 2012

In 2006 heeft het College van B&W van de gemeente Rotterdam een drietal containerterminals aangewezen voor het hebben van een bedrijfsbrandweer. Tegen dit besluit is door de containerterminals bezwaar ingediend bij de Rotterdamse rechtbank. Meer informatie vindt u in het onderstaande persbericht van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.

Raad van State: aanwijzing bedrijfsbrandweer van containerterminals terecht

Woensdag 9 juni heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Raad van State) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (het College) in het gelijk gesteld over de vraag of enkele Rotterdamse containerterminal-bedrijven over een bedrijfsbrandweer moeten beschikken. De Raad van State vernietigt daarmee een eerder oordeel van de Rotterdamse rechtbank.

Bij de containerterminals van Rotterdam Short Sea Terminals, Uniport Multipurpose en APM Terminals liggen gevaarlijke stoffen opgeslagen die bij brand of een ongeval een bijzonder gevaar opleveren voor de openbare veiligheid. Daarom zijn deze bedrijven, op basis van door henzelf aangeleverde informatie, door het College aangewezen om een bedrijfsbrandweer te hebben.

In eerste instantie had de rechtbank Rotterdam geoordeeld dat de bedrijven niet vielen onder de definitie van de betreffende wettekst. En waren de bedrijven in het gelijk gesteld in hun bezwaren. De rechtbank kwam daarbij niet toe aan een inhoudelijke beoordeling.

Het College heeft naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Rotterdam beroep aangetekend bij de Raad van State. De Raad van State heeft de uitspraak van de rechtbank Rotterdam vernietigd en het College in het gelijk gesteld. De Raad van State is, anders dan de rechtbank Rotterdam, van oordeel dat de bedrijven wél onder de definitie van de betreffende wettekst vallen. Inhoudelijk oordeelt de Raad van State dat het College op grond van rapporten uit 2006 en het ‘Besluit bedrijfsbrandweren’ voldoende reden heeft om de bedrijven aan te merken als ‘brandweerplichtig’.

De afgegeven aanwijsbeschikkingen blijven hiermee in stand.