Project in the spotlight: OIGS van start

Gepubliceerd op 3 juni 2019

Sinds 2016 bereiden VRR, DCMR en een groot aantal bedrijven met gevaarlijke stoffen zich voor op OIGS: een gebruiksvriendelijk en toekomstvast systeem met operationele informatie ter ondersteuning van de incidentbestrijding met gevaarlijke stoffen. De bouw is inmiddels gestart. Vanaf juli 2019 worden alle bedrijven benaderd om aan te sluiten op het nieuwe systeem. OIGS vervangt ook het oude systeem (CRP).

Met ruim 1,2 miljoen inwoners, een wereldhaven en intensieve industrie in Rotterdam-Rijnmond is het belangrijk dat hulpverleners en toezichthouder DCMR informatie hebben over de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Samen met de bedrijven die deze stoffen produceren, verwerken, op- of overslaan is ieder vanuit zijn eigen rol verantwoordelijk dat er veilig en zonder onnodige verstoringen in het gebied wordt gewerkt en geleefd.


Waarom een nieuw systeem?
Het huidige systeem (CRP) is verouderd en aan herziening toe: OIGS sluit beter aan op de huidige operationele werkprocessen. De informatie voor incidentbestrijding met gevaarlijke stoffen is nu nog versnipperd, wat het beheer en de digitale beschikbaarheid bemoeilijkt. Een projectgroep met vertegenwoordigers van de VRR (chemisch advies, GHOR, Industriële Veiligheid en Operationele Informatie), DCMR en bedrijven (Deltalinqs, VNCW en VNPI) inventariseerde de behoeften en stelde een programma van eisen op. Uit de aanbestedingsprocedure is B3 Partners geselecteerd voor de bouw en Falck als implementatiepartner van het systeem.


Samenwerken vanuit gedeeld belang
OIGS onderscheidt drie typen bedrijven;
• volcontinubedrijven met een 24/7 bezetting
• bedrijven aangesloten op CRP, die hun stoffeninformatie straks tenminste dagelijks in OIGS zetten en
• ‘maatwerkbedrijven’, die in overleg bepalen hoe zij hun informatie aanbieden.


Veiligheid en continuïteit zijn voor iedereen belangrijk, maar er zijn ook verschillen. Voor een veilige benadering en goede bestrijding van een incident, wil de brandweer beschikken over actuele rampbestrijdingsinformatie en weten welke stoffen in welke hoeveelheden waar liggen, terwijl de bedrijven hun informatie willen beschermen vanwege hun concurrentiepositie. OIGS behartigt het publieke belang en heeft oog voor de positie van de bedrijven. Zo wil de DCMR als toezichthouder weten of een bedrijf de voorschriften in de vergunning overschrijdt. Hiervoor laat de DCMR een aparte module bouwen, die de bedrijven eveneens over een eventuele overschrijding informeert.


Kees Koudenburg (DCMR, Inspectie Reststoffen, Bodem en Asbest): ‘OIGS is een mooie illustratie van het gezamenlijke belang van zowel overheid als bedrijven voor de veiligheid van werknemers en omgeving. Daarom biedt OIGS de bedrijven hetzelfde inzicht als ons en zoeken we elkaar op in het belang van de omgevingsveiligheid.’

Hoe werkt OIGS?
Bij een incident met gevaarlijke stoffen zijn uiteenlopende operationele eenheden betrokken. Zowel de bevelvoerder, officier van dienst als de (gezondheidskundig) adviseur gevaarlijke stoffen hebben toegang tot OIGS. Dankzij koppelingen tussen het meldkamersysteem van de VRR (GMS) en OIGS, wordt de informatie voor aankomst van de hulpdiensten automatisch en visueel op de mobiele informatievoorziening (MOI) aangeboden. OIGS bevat naast de actuele stoffenvoorraad in opslaglocaties ook geografische en statische informatie zoals scenario’s en informatie over het bedrijventerrein. Niet iedereen heeft dezelfde informatie nodig. Daarom wordt de informatie in verschillende lagen gepresenteerd: van beknopt tot specifiek.

Annemarie van Daalen (Directeur R&C VRR): ‘OIGS biedt de hulpdiensten snel overzichtelijke informatie. Bedrijven voldoen ermee aan hun verplichting tegen een beperkte administratieve belasting. Veiligheid voor omwonenden, milieu en hulpverleners gaan samen met commerciële ondernemersbelangen.’


De bouw is inmiddels gestart en opleidingen worden ontwikkeld. Voor de zomer wordt het systeem getest met een aantal testgebruikers. Pas na aansluiting van alle bedrijven, opleiding van alle gebruikers en inrichting van het beheer, is de implementatie compleet. Dit is naar verwachting eind 2019.

Meer informatie