VRR pleit voor risicogericht onderzoek van hoge gebouwen.

Gepubliceerd op 5 september 2018

Vorig jaar kostte een brand in de Londense Grenfell Tower aan 71 mensen mensen het leven. In binnen- en buitenland ontstonden vragen over de brandveiligheid van hoge gebouwen. Inmiddels is uit onderzoek gebleken dat ook in Nederland gebouwen staan waarvan de uitvoering van de constructie niet voldoet aan de daarvoor geldende voorschriften en normen.

Met name de brandwerendheid van gevelconstructies is regelmatig onderwerp van discussie. Over dit onderwerp staat donderdagmiddag in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek gepland. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is tijdens dit rondetafelgesprek vertegenwoordigd. Remco van Werkhoven, afdelingshoofd Onderzoek & Analyse, trekt namens de VRR aan de bel over de risico’s in hoogbouw en andere kwetsbare gebouwen.

Bestaande hoogbouw risicogericht beoordelen

De VRR vindt dat de overheid in Nederland zich maximaal moet inspannen om een scenario zoals de Grenfell Tower te voorkomen. Wij pleiten er dan ook voor om bestaande hoge gebouwen nader te onderzoeken en risicogericht te beoordelen. Er zou dan niet alleen gekeken moeten worden naar gevelconstructies maar ook naar het gebruik, de gebouwhoogte, de ligging van vluchtroutes, de brandcompartimentering en de aanwezige voorzieningen.

Al eerder werden door de brandweer branden onderzocht en gedocumenteerd en werden knelpunten geconstateerd in de brandveiligheid van hoge (kwetsbare) gebouwen. Tot nu toe ging dit vooral over de rookverspreiding in hoge gebouwen als gevolg van relatief kleine woningbranden. Hierdoor moesten soms complete woongebouwen van twintig verdiepingen en 200 woningen met voornamelijk oudere en verminderd zelfredzame bewoners door de brandweer worden ontruimd. Naast een grootschalige inzet van hulpdiensten en meerdere slachtoffers door rookvergiftiging zorgden deze branden ook voor veel maatschappelijke onrust in de omgeving. De conclusie van onder andere de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond naar aanleiding van deze branden was dat het wettelijke (minimum) brandveiligheidsniveau voor bestaande gebouwen in deze situaties niet langer toereikend is voor de steeds groter wordende groep thuiswonende en kwetsbare bewoners. Een snelle en onbeheersbare branduitbreiding via de gevelconstructie lijkt hierbij in Nederland nu ook een derde element te gaan worden.

Stapeling van risico’s

Uit de tientallen onderzoeken naar gebouwbranden die in de afgelopen jaren door de brandweer in Nederland zijn uitgevoerd, blijkt dat de werkelijke omstandigheden tijdens een brand vaak veraf staan van de situatie zoals deze op basis van voorschriften, rekenmethodieken en normen is beoogd. Vooral in hoge woongebouwen is een stapeling van risico’s ontstaan van een snelle  branduitbreiding via de gevelconstructie, een ongecontroleerde rookverspreiding door falende compartimentering en grote aantallen oudere en niet zelfredzame bewoners. Hierdoor ontstaan onbeheersbare situaties voor gebruikers en brandweer en dit kan tot onnodig veel slachtoffers leiden.

Dit vraagt om een kritische houding van alle betrokken partijen ten aanzien van de juistheid en volledigheid van de voorschriften, normen en rekenmethodieken en het juist interpreteren en toepassen hiervan. Daarnaast is van belang dat, zeker in geval van kwetsbare objecten, strikt wordt toegezien op een juiste naleving tijdens de bouwfase en de instandhouding hiervan tijdens de gebruiksfase in de jaren daarna.

Methodiek voor integrale risicobeoordeling

De brand in de Grenfell Tower was onmogelijk door de brandweer te bestrijden. Niet van binnenuit en niet van buitenaf. Het was in strijd met alle denkbare brandveiligheidsconcepten ten aanzien van branduitbreiding, ontvluchting en bestrijding. Het is bewonderenswaardig dat de Londense collega’s met gevaar voor eigen leven nog zo veel bewoners uit het gebouw hebben kunnen halen. De gevolgen van een dergelijke brand in Nederland zouden een zelfde schaalgrootte kunnen hebben en daarom moeten wij het maximale doen om een dergelijke scenario te voorkomen. De gemeente Rotterdam heeft samen met deskundigen een methodiek ontwikkeld om bestaande hoge gebouwen nader te onderzoeken en risicogericht te beoordelen. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de gevelconstructie maar ook naar het gebruik, de gebouwhoogte, de ligging van vluchtroutes, de brandcompartimentering en de aanwezige voorzieningen. Deze factoren tezamen leiden tot een integrale risicobeoordeling van bestaande panden.

In aansluiting daarop zou de bouwregelgeving in Nederland meer uit moeten gaan van doelvoorschriften in plaats van wat nu is beschreven in de aangestuurde normen. Hiermee kan het geaccepteerde risico van een bouwwerk of een constructie nader worden gekwantificeerd zoals dat een maatgevende brand zich niet via de gevel- of dakconstructie mag verspreiden of dat een gevel- of dakbrand niet mag leiden tot een binnenbrand.

Maatregelen

Op 6 september bepleit de VRR in de Tweede Kamer een achttal concrete maatregelen om onbeheersbare branden te voorkomen en de brandveiligheid in hoge (kwetsbare) gebouwen te kunnen blijven waarborgen en waar nodig te herstellen. Alle maatregelen zijn te lezen in het volledige position paper van de VRR op de website van de Tweede Kamer.

De Minister van BZK zou naast het initiëren en stimuleren van de maatregelen, een belangrijke bijdrage kunnen leveren door:

  • te onderkennen dat het minimum brandveiligheidsniveau in de huidige bouwregelgeving niet meer afdoende is voor de veranderende risico’s in kwetsbare gebouwen met veel kwetsbare gebruikers;
  • zich hard te maken om binnen het stelsel van de Omgevingswet en het Bouwbesluit ruimte te bieden aan gemeenten om risicogericht aanvullende of afwijkende normen op te nemen in hun Omgevingsplannen. Hierdoor kan met behulp van doelvoorschriften de ontvluchting, het gewenste brandveiligheidsniveau en een inzet van de brandweer in kwetsbare gebouwen blijvend worden gewaarborgd.

Tot die tijd zullen gemeenten, gebouweigenaren, huurders en verhuurders zich terdege bewust moeten zijn van deze stapeling van veranderende risico’s en de (on)mogelijkheden van de brandweer hierbij om dit soort onbeheersbare incidenten effectief te bestrijden.